Suriname

Suriname is een land als geen ander. Aan de noordkust van Zuid-Amerika, grotendeels bedekt door regenwoud, kwamen door de eeuwen heen mensen uit alle windstreken samen: Inheemsen, Marrons, Creolen, Hindoestanen, Javanen, Chinezen en Europeanen. Het koloniale verleden als Nederlandse plantagekolonie heeft diepe sporen nagelaten — je ziet het terug in de forten, de plantages langs de rivieren en de taal: vrijwel iedereen spreekt Nederlands. Maar wat al die culturen samen vooral hebben voortgebracht, is een danscultuur die je nergens anders vindt. In Paramaribo klinkt overal muziek: salsa, bachata en kizomba, gemengd met Surinaamse kaseko en Caribische ritmes. Er wordt gedanst in clubs, op feesten en gewoon op straat.
Paramaribo zelf is een levendige hoofdstad aan de Surinamerivier. De historische binnenstad, met zijn witte houten koloniale gebouwen, staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Je vindt er kleurrijke markten, Fort Zeelandia aan het water, en een uitgaansleven dat tot diep in de nacht doorgaat.
En dan de jungle. Een paar uur varen over de Surinamerivier ligt Jaw Jaw, een Saramaccaans Marrondorp middenin het regenwoud. De bewoners stammen af van tot slaaf gemaakte mensen die de plantages ontvluchtten en diep in het binnenland hun eigen dorpen en cultuur opbouwden. Hier zwem je in de stroomversnellingen, kook en dans je met de dorpsbewoners en slaap je omringd door de geluiden van het regenwoud. Suriname raakt je — op de dansvloer én daarbuiten.